Uitspraak
[verweerder] B.V.,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
JAR2013/142 (HK Danmark) en van 18 december 2014, C-354/13, gepubliceerd in
JAR2015/37 (Kaltoft)).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
De kantonrechter heeft geoordeeld over een verzoek om billijke vergoeding van een uitvaartverzorger wiens arbeidsovereenkomst niet werd verlengd na een arbeidsongeschiktheid door een verkeersongeluk. De verzoekster stelde dat de niet-verlenging het gevolg was van discriminatie vanwege haar chronische ziekte of handicap, in strijd met de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz).
De kantonrechter overwoog dat de verzoekster onvoldoende bewijs had geleverd dat sprake was van een handicap of chronische ziekte zoals bedoeld in de Wgbh/cz, mede omdat zij geen medische verklaring had overgelegd en de bedrijfsartsrapportages geen langdurige of onomkeerbare aandoening bevestigden. De werkgever had bovendien een redelijke grond voor het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst, namelijk twijfels over het functioneren van de verzoekster.
Ook het subsidiaire beroep op schending van goed werkgeverschap werd verworpen, omdat dit niet automatisch recht geeft op een billijke vergoeding. De kantonrechter concludeerde dat de werkgever niet ernstig verwijtbaar had gehandeld en wees het verzoek af. De verzoekster werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek om billijke vergoeding wegens niet verlengen arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens ontbreken van ernstig verwijtbaar handelen.