ECLI:NL:RBOBR:2024:6779
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening uitkering wegens betalingsonmacht
Verzoeker heeft een aanvraag om een uitkering wegens betalingsonmacht ingediend bij het UWV, welke op 6 december 2023 is afgewezen. Na bezwaar bleef het UWV bij dit besluit en heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank. Tijdens de behandeling van het beroep verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van een spoedeisend belang, waarbij een situatie van acute financiële nood of een onomkeerbare situatie vereist is. Verzoeker stelde financieel zwaar weer te verkeren vanwege het verlies van inkomsten uit loondienst en zijn slechte gezondheid, en dat hij zijn onderneming had geïntensiveerd om lasten te dragen.
De voorzieningenrechter oordeelde echter dat verzoeker nog steeds inkomsten uit zijn onderneming heeft, bij zijn ouders woont, geen privé schulden heeft en recent een nabetaling ontving. Dit leidt niet tot een situatie van acute financiële nood. Ook is niet gebleken dat het besluit van het UWV evident onrechtmatig is.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang en evident onrechtmatigheid.