ECLI:NL:RBOBR:2024:94
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling definitieve NOW-1 tegemoetkomingen op nihil wegens afkeurende accountantsverklaringen
Eiseressen, dochtermaatschappijen binnen een concern, hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de minister die hun definitieve tegemoetkomingen op grond van de NOW-1 hebben vastgesteld op nul euro vanwege afkeurende accountantsverklaringen.
De rechtbank overweegt dat de minister niet verplicht is om de accountantsverklaring zelf te toetsen op zorgvuldigheid of juiste toepassing van het begrip 'groep' zoals bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van de NOW-1. Dit is de verantwoordelijkheid van eiseressen tegenover hun accountant. De minister volgt het oordeel van de accountant en is bevoegd om de subsidie op nihil vast te stellen en voorschotten terug te vorderen.
Eiseressen voerden aan dat de minister onzorgvuldig handelde, het rechtszekerheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel schond. De rechtbank verwerpt deze bezwaren, stelt dat het vragen van een goedkeurende accountantsverklaring een geschikt en noodzakelijk middel is om een juiste besteding van subsidiegelden te waarborgen en dat de nadelige gevolgen voor eiseressen niet onevenredig zijn.
De beroepen worden ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de minister mag de tegemoetkomingen op nihil vaststellen en voorschotten terugvorderen.