ECLI:NL:RBOBR:2025:1304
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning WIA-uitkering en arbeidsongeschiktheidspercentage
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om hem een WIA-uitkering toe te kennen met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 48,14%. Hij stelt dat hij vanwege mentale en fysieke klachten, waaronder een matig-ernstige depressie en nekklachten na een auto-ongeluk, niet in staat is om acht uur per dag te werken en een forse urenbeperking nodig heeft.
De rechtbank beoordeelt of het UWV de beperkingen en belastbaarheid van eiser juist heeft vastgesteld. De medische rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep zijn zorgvuldig en goed gemotiveerd. De rechtbank volgt de verzekeringsarts in de conclusie dat er geen medische reden is voor aanvullende beperkingen of een urenbeperking bij passend werk. De beperkingen voortvloeiend uit het auto-ongeluk kunnen niet worden meegewogen omdat het ongeval na de datum in geding heeft plaatsgevonden.
Ook de arbeidsdeskundige beoordeling van het UWV wordt door de rechtbank als juist en voldoende gemotiveerd beschouwd. De functies die aan eiser zijn toegerekend zijn geschikt en overschrijden zijn belastbaarheid niet.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het besluit van het UWV ongewijzigd blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten terug. De uitspraak is gedaan door rechter A.F. Vink op 7 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard en het arbeidsongeschiktheidspercentage van 48,14% blijft gehandhaafd.