Eisers en Mecus sloten in januari 2021 een koopovereenkomst voor een agrarisch perceel met het oog op woningbouwontwikkeling. Mecus moest de haalbaarheid van het plan onderzoeken en principemedewerking van de gemeente verkrijgen. Mecus slaagde hier niet in en wilde de overeenkomst ontbinden.
Eisers vorderden ontbinding van de overeenkomst en betaling van een contractuele boete wegens niet-nakoming door Mecus. Mecus voerde verweer en stelde dat zij rechtsgeldig ontbonden had en dat er geen tekortkoming was. De rechtbank stelde vast dat de levering en betalingsverplichting pas ontstonden na ruimtelijke toelating, die niet was verkregen.
De rechtbank oordeelde dat de koopovereenkomst niet verplichtte tot betaling zonder levering en dat eisers onvoldoende omstandigheden hadden gesteld die hun uitleg ondersteunden. Ook was geen tekortkoming van Mecus vastgesteld. De vorderingen van eisers werden afgewezen.
In reconventie vorderde Mecus ontbinding van de overeenkomst omdat voortzetting geen redelijk belang meer diende. De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst niet rechtsgeldig was ontbonden op 17 juni 2022, maar dat onder de gegeven omstandigheden ontbinding op grond van redelijkheid en billijkheid gerechtvaardigd was.
De rechtbank ontbond de koopovereenkomst en veroordeelde eisers hoofdelijk tot betaling van de proceskosten.