ECLI:NL:RBOBR:2025:2302
Rechtbank Oost-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot creditering griffierecht afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid en inhoudelijke afwijzing
Verzoekster, Residentie De Weverij B.V., verzocht om creditering van griffierecht dat zij betaalde in een procedure bij de rechtbank Oost-Brabant. Dit griffierecht betrof een verzoek tot voorlopige surséance van betaling met afkoelingsperiode. Verzoekster stelde dat bij meerdere gelijkluidende verzoeken door dezelfde advocaat bij verschillende rechtbanken slechts eenmaal griffierecht verschuldigd is, op grond van artikel 15 lid 1 Wgbz Pro.
De rechtbank oordeelde dat het verzet te laat was ingediend, omdat het griffierecht op 10 juli 2024 werd betaald en het verzet pas op 10 september 2024 werd ontvangen, terwijl de termijn één maand bedraagt. Het standpunt van verzoekster dat de termijn pas zou aanvang nemen bij kennisname van een uitspraak van een andere rechtbank werd verworpen.
Inhoudelijk overwoog de rechtbank dat elk verzoek tot voorlopige surséance van betaling zelfstandig beoordeeld moet worden door de bevoegde rechtbank, en dat daarom voor elk verzoek afzonderlijk griffierecht verschuldigd is. De situatie waarin meerdere gelijkluidende verzoeken bij dezelfde rechtbank worden ingediend en slechts eenmaal griffierecht wordt geheven, was hier niet aan de orde. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot creditering af.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzet en het verzoek tot creditering van griffierecht wordt afgewezen.