Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
verwijtbaarheeft gehandeld. Het komt er daarbij op aan of verdachte tekortschoot in vergelijking met een gemiddelde andere persoon in vergelijkbare omstandigheden en met een vergelijkbare hoedanigheid. Daarbij is van belang dat niet al uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag, dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat strafrechtelijk sprake is van schuld in voornoemde zin.
komt dat de aanrijding overdag plaatsvond op een rechte weg en onder goede weers-omstandigheden. In de weg- en weersomstandigheden zijn dan ook geen aanwijzingen te vinden die een verklaring opleveren voor de aanrijding die heeft plaatsgevonden. De rechtbank komt zelfs tot het oordeel dat deze situatie alles in zich had dat er géén aanrijding zou plaatsvinden.
zeer onvoorzichtig en onoplettend’. De rechtbank komt hiertoe door de aard, de ernst en het samenstel van de gedragingen van verdachte, die bovendien meer dan één verkeersovertreding opleveren. De situatie ter plekke, een smalle dijkweg, vroeg om extra alertheid en aanpassingsvermogen van verdachte als autobestuurder ten opzichte van de andere verkeersdeelnemers, in het bijzonder de zwakkere. Hierin is verdachte in alle opzichten tekort geschoten. Verdachte verkeerde dusdanig onder invloed van alcohol dat hij niet meer in staat was een auto te besturen. Dat wist verdachte, maar toch stapte hij achter het stuur. Zijn reactievermogen was zodanig ernstig aangetast dat hij niet meer in staat was op de juiste weghelft te blijven rijden, om zijn omgeving en medeweggebruikers op te merken en daarop te anticiperen. Van dergelijk rijgedrag als autobestuurder gaat levensgevaar uit voor andere verkeersdeelnemers, een gevaar dat zich in deze zaak daadwerkelijk heeft verwezenlijkt. Dergelijk gedrag kan naar het oordeel van de rechtbank daarom niet anders dan als zeer onvoorzichtig en onoplettend worden gekwalificeerd.