ECLI:NL:RBOBR:2025:2739
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en aanpassing garageafmetingen in beroep
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar op €433.000 is vastgesteld voor het kalenderjaar 2023. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde bij uitspraak op bezwaar. Eiser stelde dat de garageafmetingen onjuist waren opgenomen, omdat een deel van de garage was verbouwd tot terras met overkapping, wat zou moeten leiden tot een lagere WOZ-waarde.
De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar in beroep de garageafmetingen had aangepast naar 26 m² garage en 12 m² overkapping, conform eisers standpunt. Dit was verwerkt in een taxatierapport waarin de woning werd vergeleken met vier vergelijkingsobjecten. De rechtbank vond dat deze waardering niet op onjuiste uitgangspunten berustte en dat de aangepaste afmetingen niet leidden tot een lagere waarde dan vastgesteld.
Eiser was niet verschenen op de zitting, maar de rechtbank stelde vast dat de uitnodiging hem tijdig had bereikt. De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar de waarde aannemelijk had gemaakt en dat het beroep ongegrond was. Wel werd de heffingsambtenaar opgedragen het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden vanwege de eerdere onjuiste afmetingen in het taxatieverslag tijdens de bezwaarfase.
De uitspraak werd gedaan door rechter M. Cune op 14 mei 2025, waarbij eiser geen proceskosten kreeg toegekend. De uitspraak is openbaar en kan in hoger beroep worden aangevochten bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het griffierecht wordt aan eiser vergoed.