De gemeente ’s-Hertogenbosch wilde de verkeersveiligheid bij KC de Hoven in Rosmalen verbeteren door een wegversmalling aan te leggen en voorrangsborden te plaatsen op de kruising van de Allegroweg met de Groote Wielenlaan. Verzoeker, een omwonende, maakte bezwaar tegen het verkeersbesluit voor de plaatsing van de borden en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de wegversmalling zelf geen verkeersbesluit is en geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waardoor daartegen geen bestuursrechtelijke rechtsbescherming bestaat. Het verkeersbesluit betrof alleen de plaatsing van de voorrangsborden, die rechtmatig was. De stelling van verzoeker dat sprake is van een kip-ei-situatie waarbij de wegversmalling en verkeersborden onlosmakelijk verbonden zijn, werd niet gevolgd.
De voorzieningenrechter verwees naar de wetsgeschiedenis van artikel 15, tweede lid, Wegenverkeerswet 1994, waaruit blijkt dat alleen maatregelen die leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers een verkeersbesluit vereisen en bestuursrechtelijke rechtsbescherming bieden. De wegversmalling voldeed hier niet aan. Verzoeker werd geadviseerd zich bij onrechtmatige daad tot de civiele rechter te wenden. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.