ECLI:NL:RBOBR:2025:3505
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning op basis van geïndexeerd eigen verkoopcijfer
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die op €385.000 is gesteld voor het jaar 2024. De woning is kort voor de waardepeildatum verkocht voor €355.000, waarna de heffingsambtenaar deze verkoopprijs heeft geïndexeerd naar de waardepeildatum 1 januari 2023, rekening houdend met een waardestijging van 14% in de gemeente Best.
De rechtbank overweegt dat volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad het eigen verkoopcijfer in beginsel maatgevend is voor de WOZ-waarde, zeker wanneer de verkoop kort voor de waardepeildatum heeft plaatsgevonden. Eiser heeft geen gemotiveerde bezwaren tegen de gehanteerde indexering aangevoerd.
Daarnaast is het taxatierapport van eiser, dat een lagere waarde van €334.000 aangeeft, onvoldoende om de vastgestelde waarde te verlagen, omdat eventuele waardeverminderende factoren reeds in het verkoopcijfer zijn verdisconteerd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor eiser geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €385.000 blijft gehandhaafd.