ECLI:NL:RBOBR:2025:3606
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen intrekking en terugvordering ZW-uitkering wegens ontbreken dienstbetrekking
Eiser had een arbeidsovereenkomst voor vijf maanden bij een ex-werkgever en ontving een ZW-uitkering vanaf februari 2022. Het UWV stelde na onderzoek vast dat er geen sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking en trok de uitkering in met terugwerkende kracht, vorderde het bedrag terug en legde een invordering op.
Eiser voerde aan dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan en dat de verklaring van de directeur niet betrouwbaar was. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek verder voldoende zorgvuldig was, maar liet het gespreksverslag van de directeur buiten beschouwing vanwege procedurele tekortkomingen.
De rechtbank concludeerde dat het UWV aannemelijk had gemaakt dat geen dienstbetrekking bestond, mede door het ontbreken van loonbetalingen, tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van bewijs van verrichte arbeid. Eiser kon dit niet weerleggen met objectief bewijs. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de ZW-uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de intrekking en terugvordering van de ZW-uitkering wordt ongegrond verklaard.