ECLI:NL:RBOBR:2025:3609
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over vaststelling arbeidsongeschiktheid en urenbeperking WIA-uitkering
Eiseres betwist de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 43,94% door het UWV per 22 juni 2023, waarop haar WIA-uitkering is gebaseerd. Ze voert aan dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig is geweest en dat haar beperkingen, waaronder een urenbeperking wegens vermoeidheidsklachten en PTSS, onvoldoende zijn meegenomen. De rechtbank oordeelt dat het onderzoek door de verzekeringsartsen voldoende zorgvuldig is uitgevoerd en dat eiseres haar standpunt onvoldoende heeft onderbouwd.
De rechtbank constateert echter een motiveringsgebrek in het besluit van het UWV, met name ten aanzien van de afwijzing van een urenbeperking. De rechtbank geeft eiseres een termijn van acht weken om haar standpunt nader te motiveren en het UWV krijgt daarna eveneens acht weken om het besluit te herstellen en nader te motiveren waarom geen urenbeperking wordt toegekend.
De procedure wordt aangehouden totdat deze nadere onderbouwing en reactie zijn ontvangen, waarna de rechtbank zonder nieuwe zitting uitspraak zal doen. Het geschil blijft beperkt tot de reeds besproken beroepsgronden. Over de proceskosten en griffierecht wordt nog geen beslissing genomen.
Uitkomst: De rechtbank constateert een motiveringsgebrek en stelt partijen in de gelegenheid hun standpunten nader te onderbouwen en het besluit te herstellen.