Op 20 april 2023 werden drie verdachten te Eindhoven aangetroffen terwijl zij op de openbare weg een jas droegen met daarop de naam en het logo van een motorclub die bij onherroepelijke rechterlijke beslissing verboden is verklaard. De rechtbank oordeelde dat het dragen van deze jas een gedraging is die ten dienste staat aan het voortbestaan van de verboden organisatie.
De verdediging voerde aan dat de dagvaarding onduidelijk was en dat het voorzienbaarheidsvereiste en lex-certabeginsel waren geschonden, evenals een beroep op afwezigheid van alle schuld wegens rechtsdwaling. Deze verweren werden door de rechtbank verworpen, mede op basis van recente arresten van de Hoge Raad die het dragen van clubkleding als voortzetting van de verboden organisatie kwalificeren.
De rechtbank stelde vast dat het bewezenverklaarde strafbaar is en dat verdachte strafbaar is. Gelet op de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en een lichte overschrijding van de redelijke termijn, legde de rechtbank een geheel voorwaardelijke taakstraf van 40 uren op met een proeftijd van één jaar. Tevens werd de jas onttrokken aan het verkeer om herhaling te voorkomen.