Uitspraak
1.De verdere procedure
2.De verdere beoordeling
- [A] (hierna: [A] ), verkoopmedewerker bij Arti-Shock;
- [B] (hierna: [B] ), verkoopmedewerker bij Arti-Shock;
- [C] (hierna: [C] ), bedrijfsleider bij en middellijk bestuurder van Arti-Shock.
Rechtbank Oost-Brabant
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Oost-Brabant op 3 juli 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen [verzoeker], een werknemer, en zijn werkgever, Arti-Shock Design B.V. De zaak betreft een ontslag op staande voet dat door de werkgever is gegeven wegens diefstal. De werkgever, Arti-Shock, stelde dat [verzoeker] op 28 juni 2024 geld uit de kassa in zijn broekzak had gestopt. Tijdens de procedure zijn getuigen gehoord, waaronder medewerkers van Arti-Shock, die bevestigden dat zij [verzoeker] op dat moment in de winkel hadden gezien. De kantonrechter oordeelde dat het bewijs van de diefstal was geleverd en dat de werkgever terecht had gehandeld door het ontslag op staande voet te geven. De kantonrechter concludeerde dat de gedragingen van [verzoeker] een dringende reden opleverden voor het ontslag, en dat het ontslag niet in strijd was met de wet. [verzoeker] had ook een transitievergoeding en achterstallig loon gevorderd, maar deze vorderingen werden afgewezen omdat het ontslag terecht was gegeven. De kantonrechter legde de proceskosten op aan [verzoeker] omdat hij ongelijk had gekregen in de procedure.