Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te Geldermalsen,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
De werkneemster heeft een en ander aanvaard.
In het verslag van dit gesprek staat het volgende:
M. opgehaald van station Nijmegen. Zij zijn terug gewandeld naar het huis van haar broer, ze hebben de spullen neergezet en ze zijn de stad ingegaan.
Met z’n drieën hebben ze rondgelopen, op een terras wat gedronken en in de tuin van het huis van haar broer hebben ze gegeten. [De werkneemster] had gekookt. Het was een gezellige avond. Ze weet niet meer tot hoe laat ze in de tuin hebben gezeten. [Ze] weet ook niet meer wat ze gedronken hebben.
Ze zegt: “Ik geloof water”. Bewoner M. heeft mogelijk van [betrokkene 7] zijn twee wijn gekregen. “Maar dat weet ik niet, hij is de begeleider”. De broer was met zijn gezin niet aanwezig, zij waren met vakantie.De volgende ochtend, half tien, zijn ze met zijn drieën van huis vertrokken, naar het station. [De werkneemster] heeft [betrokkene 7] en bewoner M. bij de bushalte achter gelaten.
De transitievergoeding is mitsdien niet door WDZ verschuldigd.”
4.Beslissing
€ 2.200,-- voor salaris.
8 februari 2019.