Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
een molotovcocktail, in elk geval een met brandbare vloeistof gevulde fles met een brandende lont, in elk geval een brandend stuk textiel, tegen die woning en/of in de tuin bij die woning heeft gegooid terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
een molotovcocktail, in elk geval een met brandbare vloeistof gevulde fles met een brandende lont, in elk geval een brandend stuk textiel, tegen die woning en/of in de tuin bij die woning heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
een molotovcocktail, in elk geval een met brandbare vloeistof gevulde fles met een brandende lont, in elk geval een brandend stuk textiel, tegen die woning en/of in de tuin bij die woning heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
De formele voorvragen
feit 4 in de zaak met parketnummer 01.367657.24(het voorhanden hebben van een zelfgemaakt explosief). De verdediging voert, kort gezegd, aan dat tijdens het verhoor van verdachte voor dit feit een onherstelbaar vormverzuim is begaan. Aan verdachte is tijdens zijn verhoor een filmpje getoond van de ontploffing van een explosief, waarbij hem – in strijd met de waarheid – is verteld dat het explosief op het filmpje het door hem zélf gemaakte explosief betrof. Verdachte is enorm geschrokken van de inhoud van het filmpje en is daardoor op het verkeerde been gezet. Verdachte is aldus in verwarring gebracht in een voor hem belastende situatie.
Bewijs
brandendemolotovcocktails in de tuinen en/of tegen de woning van de [adres 1] en de [adres 3] (feiten 1 en 3), opzettelijk heeft geprobeerd brand te stichten. De rechtbank is – voor wat betreft Hortensialaan in lijn met hetgeen de officier van justitie heeft betoogd – van oordeel dat in geen van beide gevallen sprake is geweest van een situatie, waarin levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is geweest.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .
Beslag.
01.243728.22 is begaan en dit voorwerp ten tijde van het begaan van het feit aan verdachte toebehoorde.
Toepasselijke wetsartikelen.
- 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 45, 57, 142a, 157, 311, 350 van het Wetboek van Strafrecht; en
- 26, 55 van de Wet Wapens en Munitie
DE UITSPRAAK
01.367657.24, feit 1, feit 2 subsidiair, feit 3, feit 4, 01.319831.22 en 01.243728.22 feit 2:
PL2100-2022208231-1979660.