ECLI:NL:RBOBR:2025:563
Rechtbank Oost-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-beschikking niet-ontvankelijk wegens ontbreken recente machtiging
Eiser, eigenaar van een woning, maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde vastgesteld op €596.000 voor het kalenderjaar 2023. Na handhaving van de waarde door de heffingsambtenaar, stelde eiser beroep in bij de rechtbank. De gemachtigde van eiser overhandigde een machtiging gedateerd vóór de WOZ-beschikking, zonder jaartal en algemeen van aard.
De rechtbank vroeg een recente machtiging die expliciet bevoegdheid gaf voor het huidige beroep. Ondanks verzoeken en een uitstelverzoek werd geen nieuwe machtiging overgelegd. De reeds ingediende machtiging was ook gebruikt in een eerdere procedure over een eerdere WOZ-beschikking.
De rechtbank concludeerde dat onvoldoende duidelijk was dat de gemachtigde bevoegd was om namens eiser op te treden in deze procedure. Hierdoor werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken en de mogelijkheid tot hoger beroep werd gewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-beschikking wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een recente machtiging.