ECLI:NL:RBOBR:2025:6065
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Compensatie transitievergoeding en het buiten beschouwing laten van sociaal loon door UWV
Eiseres heeft een transitievergoeding betaald aan een zieke ex-werknemer na beëindiging van het dienstverband met een vaststellingsovereenkomst. Zij stelde bezwaar tegen de hoogte van de compensatie die het UWV verleende, omdat het UWV het sociaal loon niet had meegerekend in de berekening. Het sociaal loon was een onverplichte aanvulling op het loon die de werkgever uit coulance verstrekte om het inkomen van de werknemer op het niveau van een fulltime dienstverband te houden.
De rechtbank heeft het geschil behandeld en onderzocht of het sociaal loon moet worden aangemerkt als loon in de zin van het Besluit loonbegrip en het Burgerlijk Wetboek. Uit de gewijzigde arbeidsovereenkomst blijkt dat de arbeidsomvang 33 uur per week bedraagt en dat het sociaal loon een onverplichte aanvulling is, zonder verplichting tot extra arbeid. Eiseres kon niet aannemelijk maken dat er een ruimere overeengekomen arbeidsduur was dan 33 uur per week.
Daarom is het sociaal loon geen loon in de zin van de wet en mocht het UWV dit buiten beschouwing laten bij de compensatieberekening. Het beroep van eiseres is ongegrond verklaard, zij krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De compensatie blijft ongewijzigd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft het sociaal loon terecht buiten beschouwing gelaten bij de compensatie van de transitievergoeding.