ECLI:NL:RBOBR:2025:637
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing
Eiser is eigenaar van een woning die voor het kalenderjaar 2023 een WOZ-waarde kreeg vastgesteld door de heffingsambtenaar van de gemeente Helmond. Na bezwaar werd de waarde verlaagd van €290.000 naar €270.000. Eiser stelde beroep in tegen deze uitspraak. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting omdat partijen geen zitting wensten.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode werd toegepast op vijf vergelijkingsobjecten. Eiser stelde slechts een niet-onderbouwde stelling dat de waarde te hoog zou zijn en maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot repliek. De rechtbank kon het beroep daarom niet volgen.
Eiser klaagde verder over het niet verstrekken van bepaalde gegevens op grond van artikel 40 Wet Pro WOZ, maar de rechtbank oordeelde dat de meeste gegevens wel tijdig in bezwaar waren overgelegd en dat indexeringsgegevens niet onder artikel 40 Wet Pro WOZ vallen. De rechtbank waarschuwde het kantoor van eisers gemachtigde om terughoudender te zijn met standaardgrieven die niet zorgvuldig zijn onderbouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees terugbetaling van griffierecht en vergoeding van proceskosten af, en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.