De ex-werkneemster van eiser diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 48,42%. Het UWV kende deze uitkering toe, maar eiser, als eigenrisicodrager, betwistte de medische grondslag en de motivering van het besluit. De rechtbank beoordeelde het beroep van eiser en stelde vast dat het UWV onvoldoende objectieve medische informatie had verzameld en de beperkingen onvoldoende had geobjectiveerd.
De verzekeringsartsen van het UWV baseerden hun oordeel vooral op subjectieve verklaringen van de ex-werkneemster en dossieronderzoek, zonder lichamelijk onderzoek of aanvullende medische gegevens van behandelaars. Dit terwijl de bron van de spanningsklachten, het werk, was weggenomen en de ex-werkneemster geen behandeling onderging. Het UWV ging niet adequaat in op de bezwaren van eiser, die als werkgever geen toegang heeft tot medische gegevens.
De rechtbank concludeerde dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en onvoldoende was gemotiveerd, waardoor het niet in stand kon blijven. Het UWV werd opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de uitspraak. Daarnaast werd het griffierecht en proceskosten aan eiser toegekend.