Eiser ontvangt sinds 2017 een WIA-uitkering. Het UWV heeft de uitkering over juni en juli 2021 herzien en teruggevorderd wegens vermoedelijke inkomsten uit hennepteelt, gebaseerd op politieonderzoek waarbij henneptoppen en contant geld zijn aangetroffen. Eiser betwist dat hij inkomsten heeft genoten en vindt dat het UWV ten onrechte de uitkering heeft teruggevorderd en een boete heeft opgelegd.
De rechtbank beoordeelt dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd hoe de inkomsten zijn geschat. De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd op een veronderstelde verkoop van hennep, maar het onderzoeksrapport toont niet aan dat er daadwerkelijk verkoop heeft plaatsgevonden. De rechtbank acht de schatting inconsistent en ontoereikend.
Daarom stelt de rechtbank het UWV in de gelegenheid het motiveringsgebrek binnen acht weken te herstellen en bepaalt zij dat het UWV binnen twee weken moet melden of het van deze mogelijkheid gebruik maakt. De verdere beslissing, ook over de boete, wordt aangehouden tot de einduitspraak. Tegen deze tussenuitspraak is nog geen hoger beroep mogelijk.