Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.[gedaagde 1 in 24-328] B.V.,
2.
ING BANK N.V.,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
“to do everything with regard to the exercise of the insurance business, which consists of issuing bonds and guarantees, in The Netherlands and Belgium as a representative of Liberty Mutual Insurance Europe SE, and in that context to exercise all rights of Liberty Mutual Insurance Europe SE and fulfil all obligations of Liberty Mutual Insurance Europe SE.”
“Alle kosten die door de agent en de garant worden gemaakt ter incasso van haar vordering op de koper,(…)
zijn geheel voor rekening van de koper.”. De contractuele plicht tot vergoeding van incassokosten gaat daarmee buiten de maximumbedragen die gelden op grond van de wet en het Besluit en is daarom onredelijk bezwarend in de zin van artikel 6:233, aanhef en onder a, BW en oneerlijk in de zin van de Richtlijn. Liberty kan in dat geval geen aanspraak meer maken op de wettelijke regeling die van toepassing zou zijn geweest zonder het oneerlijke beding. Dat volgt uit vaste jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie. De gevorderde vergoeding zal daarom worden afgewezen.
5.De procedure
- de akte overlegging producties van [gedaagde in 24-23 en eiser in 24-328] met 20 producties;
- de conclusie van antwoord van ING met 19 producties;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 16 juni 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
6.De feiten
7.Het geschil
8.De beoordeling
- in circa 5% van de hypotheekaanvragen aanvullende gegevens worden opgevraagd; en dat
- van deze gevallen in 10% de hypotheekaanvraag alsnog wordt afgewezen.