Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante sub 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante sub 2] ,wonende te [woonplaats] ,
8.Het verdere verloop van de procedure
- het tussenarrest van 18 juli 2023 waarin het hof een mondelinge behandeling heeft bepaald;
- de door [appellant] ingediende producties 28 tot en met 37, die bij akte tijdens de mondelinge behandeling in het geding zijn gebracht;
- de door [geïntimeerde] ingediende producties 19 (leesbare versie), 28 (leesbare versie) en 40 tot en met 45, die bij akte tijdens de mondelinge behandeling in het geding zijn gebracht;
- de mondelinge behandeling van 15 december 2023 en de pleitnota’s die beide partijen tijdens deze mondelinge behandeling aan het hof hebben overgelegd.
9.De beoordeling
€ 2.822,98 uit hoofde van achterstallige huurpenningen tot en met september 2020, wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. De vordering is gegrond op de contractuele verplichting van [appellant] tot nakoming van de huurovereenkomsten.
€ 3.391,80.
€ 3.391,80 aan huurachterstand, € 108,90 aan vervallen wettelijke rente tot 25 september 2020 en € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten) vermeerderd met de wettelijke rente over € 2.665,68 vanaf 25 september 2020 tot aan de dag der algehele voldoening en [appellant] veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is eveneens uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de vordering is voor het overige afgewezen.
€ 10.000,00;