Eiser verzocht om nadeelcompensatie van €250.000 vanwege waardevermindering van zijn voormalige woning en emotionele schade door het Tracébesluit "Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Meteren - Boxtel". De minister wees dit verzoek af, gesteund op een adviescommissie die een waardevermindering van €20.000 vaststelde en concludeerde dat dit binnen het normaal maatschappelijk risico viel.
De rechtbank oordeelt dat het oude recht van de Tracéwet van toepassing is en dat de minister terecht het verzoek heeft afgewezen. De rechtbank gaat in op de procesrechtelijke aspecten, waaronder de termijnoverschrijding van het verweerschrift, en wijst deze niet af wegens strijd met de goede procesorde.
De rechtbank beoordeelt de waardering van het planologisch nadeel, geluid, trillingen, externe veiligheid en gezondheid. Zij volgt de minister dat geen sprake is van een planologische verslechtering en dat emotionele schade niet voor vergoeding in aanmerking komt. De rechtbank bevestigt dat de waardering van het normaal maatschappelijk risico van 5% passend is, omdat de ontwikkeling een normale maatschappelijke ontwikkeling betreft die binnen de ruimtelijke structuur en het ruimtelijk beleid past.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de minister het verzoek om schadevergoeding mocht afwijzen. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.