ECLI:NL:RBOBR:2025:974
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning na vergelijkingsmethode
Eiser is eigenaar van een woning die voor het kalenderjaar 2023 door de heffingsambtenaar van de gemeente Helmond is gewaardeerd op € 594.000, later verlaagd naar € 572.000 na bezwaar. Eiser stelde beroep in tegen deze vaststelling, stellende dat de waarde te hoog is, maar onderbouwde dit niet.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde juist is vastgesteld, onder meer door een taxatierapport met toepassing van de vergelijkingsmethode waarbij drie vergelijkingsobjecten zijn gebruikt. Eiser heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zijn standpunt nader te onderbouwen.
Eiser klaagde over het niet verstrekken van bepaalde gegevens op grond van artikel 40 Wet Pro WOZ, maar de rechtbank stelt vast dat de meeste gevraagde gegevens tijdig in bezwaar zijn overgelegd en dat indexeringsgegevens niet onder artikel 40 Wet Pro WOZ vallen. De rechtbank roept het kantoor van eisers gemachtigde op om zorgvuldiger te procederen en niet standaardgrieven te gebruiken.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiser geen gelijk krijgt en geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd op € 572.000.