ECLI:NL:RBOBR:2025:975
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en toepassing artikel 40 Wet WOZ
Eiser is eigenaar van een geschakelde woning uit 1989 en betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €307.000 voor het kalenderjaar 2023. De heffingsambtenaar heeft de waarde gebaseerd op een taxatierapport van april 2024, waarin de vergelijkingsmethode met drie vergelijkingsobjecten is toegepast.
Eiser heeft in beroep slechts een niet-onderbouwde stelling ingenomen dat de waarde te hoog zou zijn en heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot repliek. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is. Daarnaast klaagt eiser over het niet verstrekken van bepaalde gegevens volgens artikel 40 Wet Pro WOZ, maar de rechtbank stelt vast dat de meeste gegevens tijdig in bezwaar zijn overgelegd en dat indexeringsgegevens niet onder artikel 40 vallen Pro.
De rechtbank wijst ook op het gebruik van standaardgrieven door het kantoor van eisers gemachtigde, wat leidt tot onnodige tijdsinvestering bij de heffingsambtenaar en de rechtbank. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiser geen gelijk krijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.