Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
De geldigheid van de dagvaarding.
De bevoegdheid van de rechtbank.
De ontvankelijkheid van de officier van justitie.
Geen gronden voor schorsing van de vervolging.
Bewijs.
De bewijsmiddelen.
Overwegingen ten aanzien van de feiten 1 en 2.
- Om 14.34.46 uur rijdt [betrokkene 4] in de Audi A3 over de Heezerweg in de richting van het woonwagenkamp.
- Om 14.37.07 uur rijdt [slachtoffer 1] in de Mini over de Heezerweg in de richting van het woonwagenkamp.
- Om 14.42.20 uur rijdt een zwarte Ford Fiësta over de Heezerweg in de richting van het woonwagenkamp.
- Om 14:43 uur vraagt [verdachte] in een bericht aan [slachtoffer 1] : ‘Waar sta je’.
- Om 14.43 uur: stuurt [slachtoffer 1] naar [verdachte] : ‘Niet die audi. Rij rechtdoor. Naar de begin van de kamp.’
- Om 14.44.25 uur stuurt [slachtoffer 1] naar [betrokkene 2] : ‘deze mensen zijn boos ze moeten weg’.
- Om 14.49.15 uur stuurt [slachtoffer 1] naar [betrokkene 2] : ‘heb kk storing hier (…)’
- Om 14.50.22 uur wordt voor het laatst gebeld door [slachtoffer 1] naar [betrokkene 2] . Er komt geen contact tot stand.
- Om 14.52.47 uur rijdt de zwarte Ford Fiësta met daarin [verdachte] en [medeverdachte] met hoge snelheid vanuit de richting van het woonwagenkamp weg.
Forensisch onderzoek.
Het wapen.
De verklaringen van [verdachte] en [medeverdachte] met betrekking tot wie heeft geschoten.
Overige feiten en omstandigheden.
Conclusie.
Juridisch kader.
Overwegingen
Conclusie.
Ten aanzien van feit 1
Ten aanzien van feit 2.
Overwegingen ten aanzien van feit 3.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van de feiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie
een gevangenisstrafvoor de duur van
24 maanden met aftrekovereenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht.