Eiseres, werkzaam als banketbakker, kreeg een Ziektewetuitkering na ziekmelding en uitdiensttreding. Het UWV beëindigde deze uitkering per 15 juli 2023 omdat eiseres meer dan 65% van haar laatstverdiende loon kan verdienen met andere functies. Eiseres betwistte dit en stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zij beperkingen had die niet waren erkend, zoals een maximale zitduur van 20 minuten en een urenbeperking.
De rechtbank oordeelde dat het UWV het aanvankelijk onzorgvuldig voorbereide besluit heeft hersteld door alsnog een lichamelijk onderzoek te laten verrichten. De rechtbank vond dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij door het gebrek in het medisch onderzoek is benadeeld. De medische stukken van eiseres toonden geen objectief bewijs voor de door haar gestelde beperkingen.
De verzekeringsarts B&B en arbeidsdeskundigen concludeerden dat eiseres geschikt is voor bepaalde administratieve functies met een verdiencapaciteit van 131,97%. De rechtbank volgde deze beoordeling en wees het beroep af. Wel werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht vanwege het aanvankelijke gebrek in zorgvuldigheid.