Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Tenlastelegging
2.Geldigheid van de dagvaarding
3.Bevoegdheid van de rechtbank
4.Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
In de onderhavige zaak is het opsporingsonderzoek direct na het incident op 7 augustus 2022 aangevangen. De verdachte was bij het incident aanwezig en is tegen het einde van de middag
als getuigegehoord. Hij heeft toen verklaard over zijn betrokkenheid bij de organisatie van het evenement en aangegeven dat hij samen met de Federatie [naam 1] ervoor heeft gezorgd dat deze activiteit kon plaatsvinden. Na het uitzoeken van de concrete locatie heeft hij de medeverdachte [medeverdachte] informatie verstrekt waarmee deze een contract heeft opgesteld. De verdachte heeft dit contract aan het einde van dit getuigenverhoor aan de politie verstrekt. In de maanden augustus en september 2022 is een aantal getuigen verhoord en heeft onderzoek plaatsgevonden naar de vergunningenplicht voor dit soort evenementen. Een klein jaar later, in juli 2023, is de medeverdachte [medeverdachte] als verdachte gehoord. Daarbij is hem verteld dat hij wordt verdacht van dood door schuld op 7 augustus 2022. De medeverdachte heeft toen uitvoerig verklaard over de rol van de verdachte. De verdachte [verdachte] is daarna uitgenodigd voor een verhoor als verdachte. Dit verhoor heeft op 25 september 2023 plaatsgevonden, waarbij ook aan hem is verteld dat hij wordt verdacht van dood door schuld.