In deze zaak vordert het UWV een bedrag van € 3.977,76 terug van eiseres, die te veel WIA-uitkering heeft ontvangen. Dit overschot is ontstaan doordat eiseres een cao-loonsverhoging niet heeft doorgegeven aan het UWV. De rechtbank heeft het beroep van eiseres gegrond verklaard en de terugvordering gematigd naar € 3.264,04. De rechtbank oordeelt dat het UWV onvoldoende rekening heeft gehouden met de persoonlijke omstandigheden van eiseres, die te maken heeft gehad met een angst- en dwangstoornis, intensieve mantelzorg voor haar overleden echtgenoot, en de zorg voor haar twee jonge kinderen. De rechtbank benadrukt dat hoewel eiseres ook een verantwoordelijkheid heeft, de omstandigheden waarin zij verkeerde, haar in staat hebben gesteld om niet adequaat te reageren op de wijziging in haar inkomen. De rechtbank heeft vastgesteld dat het UWV te laat heeft gehandeld in de besluitvorming, wat heeft geleid tot een onterecht hoog terug te vorderen bedrag. Het verzoek om schadevergoeding van eiseres is afgewezen, omdat zij haar verzoek niet voldoende heeft gespecificeerd. De rechtbank heeft het UWV opgedragen het betaalde griffierecht van € 53,– aan eiseres te vergoeden.