Eiseres ontving sinds 2015 een WIA-uitkering die jaarlijks wordt verrekend met haar inkomsten uit arbeid. Het UWV vorderde een bedrag van € 5.405,20 terug wegens een te hoog ontvangen voorschot, veroorzaakt door een niet doorgegeven cao-loonsverhoging. Na bezwaar matigde het UWV de terugvordering tot € 3.977,76.
Eiseres stelde dat zij niet op de hoogte was van de loonsverhoging en dat het UWV zelf controles had moeten uitvoeren. Daarnaast wees zij op haar persoonlijke omstandigheden: een angst- en dwangstoornis, intensieve mantelzorg voor haar overleden echtgenoot, afwikkeling van de nalatenschap en het zorgen voor twee jonge kinderen, waardoor zij niet kon werken en administratieve zaken niet kon bijhouden.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met deze omstandigheden en de trage besluitvorming. De terugvordering over 2023 bleef ongewijzigd, maar die over 2024 werd met 75% gematigd, waardoor het totale terug te vorderen bedrag op € 3.264,04 werd vastgesteld. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan specificatie.