ECLI:NL:RBOBR:2026:2072
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslagen parkeerbelasting ondanks onduidelijkheid en persoonlijke omstandigheden
Eiser maakte een vliegreis en parkeerde zijn auto nabij het vliegveld zonder parkeergeld te betalen. De heffingsambtenaar legde drie naheffingsaanslagen op voor verschillende dagen waarop geen parkeergeld was voldaan. Eiser betwistte de aanslagen omdat hij vond dat het niet voldoende duidelijk was dat betaald parkeren gold en verzocht om vernietiging van twee van de drie boetes vanwege een en dezelfde onbedoelde overtreding.
De rechtbank stelde vast dat de parkeerlocatie duidelijk was aangeduid met borden en dat er een verwijzing was naar de dichtstbijzijnde betaalautomaat. De verklaringen van voorbijgangers dat er niet betaald hoefde te worden, konden niet tot een andere uitkomst leiden. De rechtbank oordeelde dat eiser had kunnen weten dat hij parkeerbelasting moest betalen.
Verder is het volgens de rechtbank toegestaan om voor elke kalenderdag afzonderlijk een naheffingsaanslag op te leggen. Het verzoek van eiser om matiging vanwege persoonlijke omstandigheden werd afgewezen omdat de wet geen ruimte biedt voor matiging van naheffingsaanslagen, tenzij sprake is van een uitzonderlijk geval waarin geen redelijke gelegenheid was om te betalen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de naheffingsaanslagen. Eiser kreeg het griffierecht niet terug.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslagen parkeerbelasting.