Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
bevattende metamfetamine,
elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA,
in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of
De formele voorvragen.
Beoordeling van het bewijs.
- het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van in totaal 3.831 gram harddrugs en het medeplegen van het opzettelijk, zonder registratie in voorraad hebben van in totaal 2821 gram ketamine, telkens op 16 januari 2025 te Uden (01.017336.25);
- het op 13 september 2023 te Veghel voorhanden hebben van een geldbedrag van in totaal 13.445,00 euro terwijl verdachte wist dat dat geld afkomstig was uit enig misdrijf
- vrijspraak van het in de zaak met parketnummer 01.017336.25 onder feit 1 en 2 tenlastegelegde. De verdediging betwist dat verdachte de feitelijke macht over de drugs in de kluis kon uitvoeren, omdat hij eerst de sleutel van de kluis van medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) moest krijgen. Het DNA-spoor van verdachte op de gripzak ketamine vindt de verdediging daarvoor niet voldoende. Daarbij komt dat wetenschap ten aanzien van alle aangetroffen drugs en ketamine niet kan worden aangetoond. Het ten laste gelegde medeplegen kan evenmin worden bewezen.
- partiële vrijspraak van het tenlastegelegde witwassen voor zover het geld een bedrag van 5.695,00 euro te boven gaat, omdat – kort gezegd – op basis van het dossier wetenschap bij verdachte van de aanwezigheid van het geldbedrag van 7.750,00 niet kan worden vastgesteld.
Bewijsmiddelen.
De zaak met parketnummer 01.017336.25.
De zaak met parketnummer 01.072942.24.
enigmisdrijf.
De bewezenverklaring.
en
zijnde metamfetamine, MDMA, cocaïne en 2C-B telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf met de onderstaande bijzondere voorwaarden. Bij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal de WMO-indicatie stopgezet worden. Er is gekozen om begeleid wonen niet op te nemen als primaire voorwaarde, daar dit vanuit een forensisch kader voorliggend zal zijn aan een WMO-indicatie, waardoor de WMO-indicatie zal worden stopgezet. De reclassering vindt duurzaamheid van wonen van belang voor het slagen van het traject. De reclassering adviseert de volgende voorwaarden:
• meldplicht bij reclassering;
• gedragsinterventie cognitieve vaardigheden;
• ambulante begeleiding;
• dagbesteding;
• houden aan aanwijzingen.
De op te leggen straf.
Beslag.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
witwassen.
gevangenisstrafvoor de duur van 21 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
verbeurdverklaringvan het inbeslaggenomen geldbedrag van 5.695,00 euro.