Verzoekster heeft een woonwagen geplaatst op een locatie waar volgens het omgevingsplan slechts één woonwagen per bouwvlak is toegestaan en alleen binnen het bouwvlak gebouwd mag worden. Het college legde haar een last onder bestuursdwang op om de overtreding te beëindigen vanwege strijdigheid met het omgevingsplan en brandveiligheidsvoorschriften.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de woonwagen in strijd is met artikel 10.2.3 van de planregels, ongeacht of deze binnen of buiten het bouwvlak staat. Het college is bevoegd tot handhaving en weigert een omgevingsvergunning voor legalisatie. De woonwagen vormt bovendien een brandonveilige situatie vanwege onvoldoende doorgang en mogelijke brandoverslag.
De voorzieningenrechter weegt de belangen van verzoekster, die in een moeilijke woonsituatie verkeert, af tegen het algemeen belang bij handhaving en de brandveiligheid. Gezien de spoedeisendheid en het feit dat verzoekster zelf de woonwagen plaatste, wordt het verzoek om schorsing gedeeltelijk toegewezen. Het besluit wordt geschorst tot drie weken na de uitspraak, zodat verzoekster de woonwagen op eigen kosten kan verwijderen. Na die termijn kan het college handhavend optreden.
Daarnaast wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter D.J. Hutten en griffier M.J.A.B. Elsman op 3 april 2026.