Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 april 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] ,
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de minister
Samenvatting
Procesverloop
1 april 2019 voortgezet door de eenmanszaak.
Beoordeling door de rechtbank
,waarin de boete met 10% per onderdeel (met een maximum van € 2.500,-) is gematigd.
€ 2.500,-. Omdat de minister de boete hiermee al heeft gematigd, is er geen aanleiding voor een verdergaande of aanvullende matiging wegens overschrijding van de redelijke termijn voor de overschrijding tot een jaar. [10]