Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:2382

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
SHE 24/3427
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:58 AwbArt. 1a:1 WajongSchattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing Wajong-uitkering wegens niet-duurzaam ontbreken arbeidsvermogen

Eiseres heeft op 6 april 2023 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering wegens het ontbreken van arbeidsvermogen. Het UWV heeft vastgesteld dat zij vanaf 1 oktober 2022 geen arbeidsvermogen heeft, maar dat dit nog niet duurzaam is omdat er perspectief is op verbetering. Eiseres betwist dit en voert aan dat haar fysieke en psychische klachten het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam maken.

De rechtbank beoordeelt de duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen op de datum van de aanvraag. Medische en arbeidsdeskundige rapporten van het UWV onderbouwen dat eiseres op die datum ten minste vier uur per dag belastbaar was en basale werknemersvaardigheden bezat. Nieuwe medische stukken van eiseres zijn niet tijdig ingediend en bevatten geen relevante informatie over de situatie op de aanvraagdatum.

De rechtbank concludeert dat het ontbreken van arbeidsvermogen op 6 april 2023 niet duurzaam was. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard, de afwijzing van de Wajong-uitkering blijft in stand en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat het ontbreken van arbeidsvermogen op de aanvraagdatum nog niet duurzaam was.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 24/3427

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. G.J.B.C. Maton),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: mr. A.P.J. Mijs).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wajong [1] . Het UWV heeft vastgesteld dat eiseres weliswaar geen arbeidsvermogen heeft, maar stelt zich ook op het standpunt dat dit (nog) niet duurzaam is. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal argumenten (beroepsgronden) aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de aanvraag in stand kan blijven. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 3. De rechtbank benoemt daar de feiten, de standpunten van partijen, het toetsingskader en de redenen voor haar beslissing. Aan het eind staat de conclusie, de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.
1.3.
De wettelijke regels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Procesverloop

2. Het UWV heeft de aanvraag om een Wajong-uitkering met het besluit van 11 juli 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 16 augustus 2024 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
Partijen hebben nadere stukken ingediend.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 31 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, bijgestaan door haar gemachtigde en door [naam] , haar begeleider, en de gemachtigde van het UWV.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten
3. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1996. Zij is bekend met ernstige psychische en lichamelijke klachten. Zij heeft op 6 april 2023 een aanvraag voor een Wajong-uitkering ingediend. Het UWV heeft vervolgens een medisch en arbeidskundig onderzoek verricht. Dat heeft geleid tot de besluiten vermeld onder het kopje ‘Procesverloop’.
Standpunten van partijen
4. Het UWV stelt zich op het standpunt dat eiseres vanaf 1 oktober 2022 op medische gronden niet over arbeidsvermogen beschikt, maar dat het ontbreken van arbeidsvermogen (nog) niet duurzaam is, omdat eiseres dat in de toekomst nog kan ontwikkelen. Aan dit standpunt van het UWV liggen de rapportages van zijn verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen ten grondslag.
5. Eiseres vindt dat het ontbreken van arbeidsvermogen wel duurzaam is vanwege haar fysieke en psychische gebreken. Het UWV erkent dat zij al sinds 1 oktober 2022 geen arbeidsvermogen heeft, dus op dit moment al meer dan drie jaar. De vraag is dan ook wanneer het arbeidsvermogen wel geacht wordt qua tijd duurzaam te ontbreken. Zij heeft in beroep stukken van haar behandelaren en een stuk van haar begeleider ingediend. Op de zitting heeft haar gemachtigde verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
Toetsingskader
6. De beoordeling van de duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen betreft een inschatting van de kansen op verbetering van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. Duurzaamheid op grond van de Wajong wordt aangenomen in een situatie waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet meer kunnen ontwikkelen. Gelet op de wetsgeschiedenis is hiervan sprake als een betrokkene geen enkel perspectief meer heeft op ontwikkeling en herstel is uitgesloten [2] . Als het UWV stelt dat duurzaamheid ontbreekt, hoeft het UWV niet te onderbouwen dat een betrokkene in de toekomst zal beschikken over arbeidsvermogen. Het UWV moet in zo’n geval wel aannemelijk maken dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich in de toekomst op een dusdanige wijze kunnen ontwikkelen dat niet uitgesloten is dat op termijn arbeidsvermogen zal kunnen ontstaan. Daarbij zijn van belang de bij betrokkene bestaande mogelijkheden tot verbetering van belastbaarheid, verdere ontwikkeling en toename van bekwaamheden. In een situatie waarin het arbeidsvermogen tijdelijk ontbreekt wordt voor de toepassing van de Wajong de duurzaamheid na een periode van tien jaar alsnog verondersteld aanwezig te zijn.
6.1.
In deze zaak moet worden beoordeeld of het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam was op 6 april 2023, de dag waarop de aanvraag is ingediend [3] .
De redenen voor de beslissing van de rechtbank
De op 21 maart 2026 ingediende stukken
7. De gemachtigde van eiseres heeft op 21 maart 2026 medische stukken ingediend. De rechtbank laat deze stukken buiten beschouwing. Ten eerste heeft de gemachtigde van eiseres niet de termijn van tien dagen, genoemd in artikel 8:58 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in acht genomen. Deze bepaling houdt in dat de rechtbank de stukken uiterlijk op de elfde dag vóór de zitting moet hebben ontvangen. Ten tweede vindt de rechtbank evenals het UWV dat het in strijd met de goede procesorde zou zijn om deze stukken in de beoordeling te betrekken. Het gaat om een groot aantal medische stukken. De gemachtigde van eiseres heeft bij het indienen van de stukken niet toegelicht wat hij wilde aantonen met deze stukken. Verder kon in ieder geval een deel van de stukken zonder meer op een eerder tijdstip kon worden ingediend. Eiseres heeft op de zitting verklaard dat zij (een deel van) de stukken al eerder naar haar gemachtigde had toegezonden.
Is het ontbreken van arbeidsvermogen op 6 april 2023 duurzaam?
8. De eerste verzekeringsarts heeft onderzoek verricht in de vorm van spreekuur en bestudering van alle hem ter beschikking staande medische gegevens. In zijn rapport van 23 juni 2023 heeft hij uitgelegd waarom eiseres in zijn visie vanaf 1 oktober 2022 geen arbeidsvermogen heeft: dit is vanwege de forse depressieve klachten met suïcidale gedachten en een zeer geringe psychische draagkracht. Dit maakt dat zij niet gedurende twee en vier uur per dag belastbaar is [4] . Vervolgens heeft hij vervolgens uitgelegd waarom dit (nog) niet duurzaam is. De depressie is een behandelbare aandoening. De hieruit voortkomende beperkingen kunnen aanzienlijk verminderen en overblijvende lichtere depressieve klachten hoeven geen belemmering zijn om te werken. Voor de structurele psychische problematiek is nog geen diagnose gesteld, heeft geen behandeling of begeleiding plaatsgevonden en is ook niet bekend welke behandeling mogelijk is. Voor de mogelijke traumagerelateerde psychische klachten heeft geen diagnostiek plaatsgevonden en is dus ook geen behandeling geprobeerd. Voor de aspecifieke pijnklachten heeft, hoewel geadviseerd, nog geen revalidatiebehandeling plaatsgevonden.
8.1.
De eerste verzekeringsarts heeft verder beoordeeld welke beperkingen structureel zijn. Op basis van deze beperkingen heeft de verzekeringsarts zich op het standpunt gesteld dat eiseres ten minste vier uur per dag belastbaar is, zij gedurende ten minste één uur aaneengesloten kan werken en over basale werknemersvaardigheden beschikt.
8.2.
De eerste arbeidsdeskundige heeft in het rapport van 10 juli 2023 uiteengezet dat eiseres, op basis van de door de verzekeringsarts aangegeven structurele beperkingen, naar verwachting op termijn in staat wordt geacht om de taak ‘scannen’ tenminste vier uur per dag en ten minste één uur aaneengesloten te kunnen uitvoeren in een arbeidsorganisatie met lichte begeleiding op het gebied van de basale werknemersvaardigheden.
8.3.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep (B&B) en de arbeidsdeskundige B&B hebben zich bij voormelde standpunten aangesloten.
8.4.
De eerste verzekeringsarts en de eerste arbeidsdeskundige hebben op inzichtelijke wijze onderbouwd waarom het ontbreken van arbeidsvermogen op 6 april 2023 (nog) niet duurzaam was. Zij hebben hierbij gebruik gemaakt van het voorgeschreven stappenplan [5] . Wat eiseres hier tegen heeft ingebracht, leidt niet tot een ander oordeel.
8.5.
De gemachtigde van eiseres heeft zonder nadere toelichting een brief van 3 november 2025 van een dermatoloog en een brief van 14 september 2025 van de begeleider ingediend. Het UWV heeft bij brief van 18 november 2025 hierover meegedeeld dat de relevantie van deze stukken hem niet duidelijk is. De rechtbank is het daarmee eens. De brief van de dermatoloog is van ver na de datum waarom het hier gaat: 6 april 2023. Uit de brief blijkt niet waarom de inschatting door het UWV van de duurzaamheid per die datum onjuist zou zijn. Hetzelfde geldt voor de brief van de begeleider. Uit deze brief blijkt duidelijk dat eiseres in het dagelijks leven nauwelijks zelfstandig is en dat haar mentale gezondheid achteruit gaat. De begeleider begeleidt eiseres sinds 1 september 2024. Ook deze brief zegt naar het oordeel van de rechtbank niets over de duurzaamheid op 6 april 2023.
8.6.
Bij brief van 19 december 2025 heeft de gemachtigde van eiseres meegedeeld dat eiseres met spoed werd geopereerd aan een hernia. Verder heeft hij zonder nadere toelichting een brief van 30 oktober 2025 van de behandelaren van eiseres bij [naam] ingediend. Hierin wordt duidelijk beschreven dat de mentale toestand van eiseres ernstig is en dat behandelingen niet afdoende hebben geholpen, maar dit doet niet af aan de juistheid van de beoordeling van de duurzaamheid per 6 april 2023. Het gaat om ontwikkelingen die zich na die datum hebben voorgedaan [6] .
8.7.
Eiseres heeft op de zitting toegelicht dat haar mentale toestand inmiddels zo verslechterd is dat zij concrete euthanasieplannen heeft. De rechtbank heeft hiervan met ontsteltenis kennis genomen, maar moet tegelijkertijd vaststellen dat ook dit niets zegt over de duurzaamheid op 6 april 2023. Sinds die datum is er namelijk veel tijd verstreken. De gemachtigde heeft op de zitting gewezen op een brief van 24 maart 2023 van [naam] . Hierin wordt onder andere vermeld dat sprake is van passieve suïcidale gedachten. Dat de mentale toestand van eiseres toen al zorgwekkend was, is ook voor de rechtbank duidelijk, maar doet niet af aan de juistheid van de beoordeling van het UWV van de duurzaamheid op 6 april 2023. De brief van 24 maart 2023 is al meegewogen door de verzekeringsartsen van het UWV en betreft een intake. Op dat moment moest diagnostiek en behandeling nog plaatsvinden en ook op 6 april 2023 was dat zo.
8.8.
De rechtbank ziet gelet op het voorgaande geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de beoordeling door het UWV. Er is dan ook geen aanleiding voor het benoemen van een deskundige.
8.9.
De conclusie is dat het ontbreken van arbeidsvermogen op 6 april 2023 (nog) niet duurzaam is.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat de afwijzing van de aanvraag in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Woestenburg, rechter, in aanwezigheid van Z. Selkan, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:58, eerste lid:
Tot tien dagen voor de zitting kunnen partijen nadere stukken indienen.
Wajong
Artikel 1a:1:
1. Jonggehandicapte in de zin van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen is de ingezetene die:
a. op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft;
b. na de in onderdeel a bedoelde dag als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en in het jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop dit is ingetreden, gedurende ten minste zes maanden studerende was.
(…)
3. De ingezetene die tijdelijk geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft wordt alsnog jonggehandicapte, indien hij gedurende een tijdvak van tien jaar volgend op de dag waarop hij jonggehandicapte zou zijn geworden op grond van het eerste lid, onderdeel a of b, of het tweede lid, indien hij duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zou hebben gehad, geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie had.
4. Onder duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben wordt in dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen de situatie verstaan waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen.
Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
Artikel 1a:
1. Betrokkene heeft geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als bedoeld in de artikelen 1a:1, eerste lid, 2:4, eerste lid, en 3:8a, eerste lid, van de Wajong, indien hij:
a. geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;
b. niet over basale werknemersvaardigheden beschikt;
c. niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of
d. niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.

Voetnoten

1.Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
2.Kamerstukken II 2011/12, 33 161, nr. 3 onder 5.1.
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 augustus 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1605.
4.Hierbij doelt de verzekeringsarts op artikel 1a, eerste lid, onder d, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
5.Zie dezelfde uitspraak van 17 augustus 2023.
6.In dit verband verwijst de rechtbank naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 19 maart 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:727.