Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
- het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [betrokkene] namens [slachtoffer] d.d. 12 april 2024, p. 29 – 38;
- het verslag verbatim studioverhoor [slachtoffer] d.d. 24 april 2024, p. 96 – 124; en
- het proces-verbaal van 3e verhoor verdachte [verdachte] d.d. 13 april 2024, p. 192 – 208.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en maatregel.
De behandeling van deze zaak is niet binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn afgerond met een eindvonnis, terwijl de rechtbank geen bijzondere omstandigheden aanwezig acht die deze overschrijding rechtvaardigt. De redelijke termijn is ten tijde van het eindvonnis met twee weken overschreden. Gelet op deze geringe overschrijding, volstaat de rechtbank met de enkele constatering daarvan en zal daaraan geen consequenties verbinden.