Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 30 april 2026 in de zaak tussen
[naam]uit [vestigingsplaats], gemeente Sint-Michielsgestel,
gemachtigde mr. J.J.J. de Rooij.
Samenvatting
Procesverloop
20 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van eisers en het college en [naam] namens de derde-partij met de gemachtigde.
Beoordeling door de rechtbank
- De derde-partij heeft een gemengde veehouderij gelegen aan de [adres] in [vestigingsplaats], in de gemeente Sint-Michielsgestel. Hier worden 130 stuks vrouwelijk jongvee jonger dan twee jaar en/of fokstieren jonger dan twee jaar gehouden,
- De derde-partij heeft een natuurvergunning aangevraagd ten behoeve van de bouw van de nieuwe stal 6 en voor het uitbreiden van de bestaande stallen 2, 3 en 4. Daarnaast vinden er meerdere wijzigingen in de dierbezetting plaats. De stallen 2, 3 en 4 zullen worden aangesloten op een emissiearm stalsysteem (OW 2009.12.V1), een gecombineerd luchtwassysteem met een watergordijn en een biologische wasser. In de bijlage bij de Rav wordt ervan uitgegaan dat de ammoniakemissie door dit systeem met 85% wordt gereduceerd.
- In de aangevraagde situatie is sprake van een ammoniakemissie van 2.028 kg per jaar en een stikstofemissie van 398,6 kg per jaar. Er is sprake van een gelijkblijvende emissie van stikstofoxiden en een afname van ammoniakemissie ten opzichte van de referentiesituatie en een gelijkblijvende depositie op de Natura 2000-gebieden die zijn gelegen binnen 25 kilometer afstand van de projectlocatie.
De Afdeling leidt uit het WUR-rapport 2021 af dat er sterke aanwijzingen zijn dat combiluchtwassystemen het beoogde rendement van 85% kunnen halen. Maar het rapport is naar het oordeel van de Afdeling te beperkt van opzet om daaraan de zekerheid te ontlenen dat het beoogde rendement van combiluchtwassers wordt gehaald, als de aanbevelingen uit het rapport worden gevolgd. Bij dat oordeel betrekt de Afdeling dat het onderzoek betrekking heeft op slechts zes combiluchtwassers, waar verschillende maatregelen zijn toegepast. Zo is de pH-regeling die een groot positief effect liet zien maar bij twee combiluchtwassers toegepast. De metingen van de effecten van de getroffen maatregelen hebben bovendien alleen in een beperkte periode plaatsgevonden. (…) De Afdeling is verder van oordeel dat het college niet inzichtelijk heeft gemaakt wat het expert judgement en de resultaten van de rendementsmetingen inhouden.”
Conclusie en gevolgen
- Welke meet- of monitoringsystemen zijn of komen binnen afzienbare termijn beschikbaar voor de controle van een doelvoorschrift (een ammoniakemissiegrenswaarde) ten behoeve van varkensstallen met een meervoudig biologisch luchtwassysteem met watergordijn (LW 4.1, OW 2009.12.V1)? Hierbij wordt de StAB verzocht aan te geven wat de betrouwbaarheid is van de verschillende systemen en wat de hieraan verbonden kosten zijn.
- Welke pH-meet- en monitoringssystemen voor varkensstallen met een meervoudig biologisch luchtwassysteem met watergordijn (LW 4.1, OW 2009.12.V1) zijn of komen binnen afzienbare termijn beschikbaar?
- Welke andere factoren zijn van invloed op het ammoniakverwijderingsrendement van een meervoudig biologisch luchtwassysteem met watergordijn (LW 4.1, OW 2009.12.V1)?
- In hoeverre kan de werking van het systeem worden geverifieerd door een opname door het bevoegd gezag voorafgaand aan ingebruikname?
Beslissing
- verzoekt het college binnen twee weken na het uit te brengen advies van de StAB aan te geven of het gebruik maakt van de gelegenheid het geconstateerde gebrek te herstellen;
- stelt het college in de gelegenheid om binnen twaalf weken na het uit te brengen advies van de StAB het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- bepaalt dat bij het nemen van een herstelbesluit afdeling 3.4 van de Awb buiten toepassing blijft;
- houdt iedere verdere beslissing aan.