Uitspraak
1.De procedure
3.De achtergrond van het geschil
4.Het verzoek
5.Het verweer
6.De beoordeling
4.Conclusie en advies
€ 18.344,- +
€ 635,25 +
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Op 28 mei 2021 liep verzoekster tijdens haar werk een letsel op doordat een metalen buis van 10 kilogram op haar hoofd viel. Berco erkende aansprakelijkheid voor het bedrijfsongeval. Verzoekster kampte sindsdien met diverse klachten zoals hoofdpijn, concentratieproblemen en visusstoornissen, die haar arbeidsvermogen ernstig beperkten. Na langdurige procedure en deskundigenonderzoek oordeelde de kantonrechter dat de klachten juridisch toerekenbaar zijn aan het ongeval, ondanks het ontbreken van medisch objectiveerbaar hersenletsel.
De kantonrechter stelde vast dat het plausibele en coherente klachtenpatroon niet bestond voor het ongeval en dat er geen alternatieve oorzaak is voor het voortduren van de klachten. Berco had onvoldoende gemotiveerd betwist dat de klachten ook na twee jaar nog aan het ongeval te wijten zijn. De kantonrechter wees een voorschot toe van €27.000 voor verminderd arbeidsvermogen, €8.087,04 voor materiële schade, €40.000 als voorschot op smartengeld en matigde de buitengerechtelijke kosten tot €26.516,36.
De kosten van het deelgeschil werden begroot op €15.972 exclusief btw, vermeerderd met griffierecht, en Berco werd veroordeeld tot betaling van deze bedragen. Verzoeken die het gehele schadeverhaal betroffen of niet noodzakelijk waren voor doorbreking van de impasse werden afgewezen. De beschikking is niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Kantonrechter wijst causaal verband toe en veroordeelt werkgever tot aanvullende schadevoorschotten en gedeeltelijke vergoeding buitengerechtelijke kosten.