Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijswaardering.
de strekking dat te weinig belasting wordt geheven niet is beperkt tot de heffing ten laste van degene die zelf de verboden gedraging heeft verricht, maar dat beslissend is of die gedraging – (..) - naar haar aard in het algemeen geschikt is om teweeg te brengen dat (in rekenkundige zin) onvoldoende belasting wordt geheven (ECLI:NL:HR:2015:3431).
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van de feiten.
De strafbaarheid van de verdachte.
Oplegging van straf.
24 november 2025. De rechtbank houdt in de strafmaat rekening met een niet-onherroepelijke veroordeling van 15 april 2025 terzake het niet juist voeren van een administratie alsmede het niet (tijdig) doen van belastingaangiften over 2017 en 2018. Hiervoor is aan de verdachte een gevangenisstraf is opgelegd van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Deze zaak en de onderhavige, vergelijkbare zaak hadden gelijktijdig kunnen worden behandeld; artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht is hier van toepassing.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
een gevangenisstrafvoor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.