AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling voor opzettelijk niet tijdig doen van vennootschapsbelastingaangiften door feitelijk leidinggevende
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 7 mei 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die als feitelijk leidinggevende van meerdere rechtspersonen werd beschuldigd van het opzettelijk niet of niet tijdig doen van vennootschapsbelastingaangiften over de jaren 2020 en 2021.
De Belastingdienst had de aangiften niet binnen de gestelde termijnen ontvangen, ondanks herhaalde uitnodigingen, herinneringen en aanmaningen. De aangiften werden uiteindelijk pas op 28 juni 2024 ingediend. De rechtbank oordeelde dat de verdachte op de hoogte was van de termijnen en dat er sprake was van voorwaardelijk opzet. Het fiscale nadeel werd geschat op ruim 2,8 miljoen euro.
De verdediging voerde onder meer aan dat de aangiften uiteindelijk wel waren ingediend en dat de aanmaningen niet aantoonbaar waren ontvangen, maar deze verweren werden verworpen. De rechtbank stelde vast dat de verdachte feitelijke leiding gaf aan de rechtspersonen en dat de nalatigheid een patroon was, mede door eerdere veroordelingen en fiscale procedures.
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, rekening houdend met eerdere straffen en de ernst van het feit. De verdachte werd vrijgesproken van medeplegen en andere onderdelen die niet bewezen konden worden verklaard.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk wegens opzettelijk niet tijdig doen van vennootschapsbelastingaangiften.
Voetnoten
1.Een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 12 april 2024, DOC-010, pag.35.
2.Een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 12 april 2024, DOC-019, pag.52.
3.Een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 12 april 2024, DOC-027, pag.67.
4.Een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 12 april 2024, DOC-035, pag.81.
5.Een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 12 april 2024, DOC-044, pag.97.
6.Een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 12 april 2024, DOC-053, pag.114.
7.Een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 12 april 2024, DOC-060, pag.127.
8.Overzicht uitnodigingen, herinneringen en aanmaningen vennootschapsbelasting 2020 en 2021, DOC-062, pag.130.
9.Correctiebrieven ter attentie van [naam 1] (DOC-007, pag.28), [naam 2] (DOC-016, pag.45) en [naam 3] . (DOC-024, pag.60) en [naam 4] (DOC-032, pag.75) en [naam 5] (DOC-041, pag.90) en [naam 10] (DOC-050, pag.107) en [naam 7] (DOC-057, pag.120).
10.Aanmaningen aangifte 2020 en 2021 ter attentie van [naam 1] (DOC-002, pag.23 en DOC-003, p. 24), [naam 2] (DOC-013, pag.41 en DOC-014, pag.42 ) en [naam 3] . (DOC-022, pag.58 en DOC-023, pag.59) en [naam 4] (DOC-030, pag.73 en DOC-031, pag.74) en [naam 5] (DOC-038, pag.86 en DOC-039, pag.87) en [naam 10] (DOC-047, pag.103 en DOC-048, pag.104) en [naam 7] (DOC-056, pag.119 en DOC-061, pag.129).
11.De verklaring van verdachte [verdachte] afgelegd ter terechtzitting 14 april 2026.
12.De verklaring van verdachte [verdachte] afgelegd ter terechtzitting 14 april 2026.
13.De verklaring van verdachte [verdachte] afgelegd ter terechtzitting van 14 april 2026.
14.proces-verbaal van verhoor getuige [getuige]
15.proces-verbaal van verhoor getuige [getuige]
16.Een aanvullende e-mail van P.H. Admiraal (Contactambtenaar AWR/Belastingdienst Directe Grote Ondernemingen) van 9 april 2026 betreffende: ‘Vragen Braddon - reactie namens Belastingdienst’.