AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling rechtspersoon voor opzettelijk niet tijdig doen van vennootschapsbelastingaangiften
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 7 mei 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte rechtspersoon die wordt verdacht van het meermalen niet tijdig doen van vennootschapsbelastingaangiften over de jaren 2020 en 2021. De aangiften zijn pas na de uiterste termijnen ingediend, ondanks herhaalde uitnodigingen, herinneringen en aanmaningen van de Belastingdienst.
De verdediging voerde aan dat de aangiften uiteindelijk wel zijn ingediend en dat niet vaststaat dat de aanmaningen de rechtspersoon daadwerkelijk hebben bereikt. De rechtbank oordeelde echter dat de aanmaningen op het juiste adres zijn verzonden en dat de bestuurder van de rechtspersoon op de hoogte was van de termijnen, mede door interne aansturing van personeel. De vertraging werd toegeschreven aan omstandigheden zoals een eerdere FIOD-inval en personele wisselingen.
De rechtbank stelde vast dat sprake is van voorwaardelijk opzet, omdat de rechtspersoon bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de aangiften niet tijdig zouden worden gedaan. Het strekkingsvereiste is eveneens vervuld, aangezien het niet tijdig doen van aangiften naar algemene maatstaven geschikt is om teweeg te brengen dat te weinig belasting wordt geheven. Het fiscale nadeel werd geschat op ongeveer 1 miljoen euro.
De rechtbank veroordeelde de verdachte rechtspersoon tot een geldboete van €500.000, gelijk aan 50% van het fiscale nadeel, conform het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst. De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, eerdere strafbeschikking en de omstandigheden van de rechtspersoon. Medeplegen werd niet bewezen verklaard, zodat daarvan vrijspraak volgde.
Uitkomst: De verdachte rechtspersoon is veroordeeld tot een geldboete van €500.000 wegens meermalen opzettelijk niet tijdig doen van vennootschapsbelastingaangiften.
Voetnoten
1.Een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 12 april 2024, DOC-010, pag.35.
2.Een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 12 april 2024, DOC-019, pag.52.
3.Een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 12 april 2024, DOC-027, pag.67.
4.Een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 12 april 2024, DOC-035, pag.81.
5.Een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 12 april 2024, DOC-044, pag.97.
6.Een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 12 april 2024, DOC-053, pag.114.
7.Een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 12 april 2024, DOC-060, pag.127.
8.Overzicht uitnodigingen, herinneringen en aanmaningen vennootschapsbelasting 2020 en 2021, DOC-062, pag.130.
9.Correctiebrieven ter attentie van [verdachte 1] (DOC-007, pag.28), [naam 2] (DOC-016, pag.45) en [naam 3] . (DOC-024, pag.60) en [naam 4] . (DOC-032, pag.75) en [naam 5] . (DOC-041, pag.90) en [naam 6] B.V. (DOC-050, pag.107) en [naam 7] . (DOC-057, pag.120).
10.Een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 12 april 2024, DOC-035, pag.81.
11.De verklaring van verdachte [medeverdachte] afgelegd ter terechtzitting 14 april 2026.
12.De verklaring van verdachte [medeverdachte] afgelegd ter terechtzitting 14 april 2026.
13.De verklaring van verdachte [medeverdachte] afgelegd ter terechtzitting van 14 april 2026.
14.proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2]
15.proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2]
16.E-mail van P.H. Admiraal (Contactambtenaar AWR/Belastingdienst Directe Grote Ondernemingen) van