ECLI:NL:RBOBR:2026:3070
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen en bezwaar WIA-aanvraag
Eiseres heeft het UWV verzocht haar WIA-aanvraag in te trekken en bezwaar gemaakt tegen het besluit van 24 januari 2025 waarin het UWV haar aanvraag niet verder in behandeling nam vanwege het niet verschijnen op het spreekuur van de verzekeringsarts. Zij stelde het UWV in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en stelde vervolgens beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek tot intrekking geen aanvraag is in de zin van de Awb, omdat het geen extern rechtsgevolg beoogt. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op dit verzoek is daarom niet-ontvankelijk. Daarnaast is het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eiseres het UWV te vroeg in gebreke stelde, voordat de beslistermijn was verstreken.
Ten slotte heeft het UWV op 2 december 2025 een besluit genomen op het bezwaar, maar de rechtbank stelt vast dat eiseres onvoldoende procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van dit besluit. Haar belang is niet actueel of reëel omdat zij geen recht heeft op een WIA-uitkering en het resultaat van het beroep feitelijk geen betekenis heeft. Het beroep tegen de beslissing op bezwaar wordt daarom eveneens niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen en tegen de beslissing op bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan aanvraag en onvoldoende procesbelang.