ECLI:NL:RBOBR:2026:3078
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens geen aanvraag in zin van Awb bij verzoek nabetaling ZW-uitkering
Eiseres ontving sinds augustus 2023 een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 22 juli 2025, waartegen eiseres bezwaar maakte. Op 13 augustus 2025 verzocht zij om nabetaling van een deel van de uitkering, maar dit verzoek werd niet als zelfstandige aanvraag gezien omdat het feitelijk een herhaling van haar bezwaar was.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek van 13 augustus 2025 geen nieuwe aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb was, maar een poging om hetzelfde resultaat te bereiken als met het lopende bezwaar. Het UWV had het bezwaar op 10 september 2025 ongegrond verklaard, waarmee het verzoek feitelijk was afgewezen.
Omdat het beroep was ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op een niet-bestaande zelfstandige aanvraag, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Eiseres krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat haar verzoek geen zelfstandige aanvraag is en het bezwaarprocedure al was afgerond.