Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:3091

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
11 mei 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
25/3469
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 74 Ziektewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling tegen niet tijdig beslissen UWV

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een berekening van het UWV en stelde het UWV op 21 november 2025 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op haar bezwaar. Vervolgens stelde zij op 7 december 2025 beroep in bij de rechtbank. De rechtbank heeft op 20 april 2026 het beroep behandeld waarbij beide partijen aanwezig waren.

De rechtbank oordeelt dat een ingebrekestelling pas kan worden verstuurd nadat de beslistermijn is verstreken. In deze zaak eindigde de beslistermijn op 15 januari 2026, terwijl eiseres de ingebrekestelling al op 21 november 2025 verstuurde. Hierdoor is de ingebrekestelling te vroeg en is het beroep niet-ontvankelijk.

De rechtbank kan het beroep daarom niet inhoudelijk beoordelen en wijst het beroep af zonder proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht. Eiseres wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 25/3469

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: mr. E. Lipman).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat het UWV volgens haar niet op tijd heeft beslist op het bezwaar van 3 oktober 2025.
1.1.
Eiseres heeft het UWV op 21 november 2025 in gebreke gesteld voor het niet op tijd beslissen op haar bezwaar.
1.2.
Eiseres heeft op 7 december 2025 beroep ingesteld.
1.3.
Het UWV heeft verweer gevoerd. Eiseres heeft daarop gereageerd.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 20 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres en de gemachtigde van het UWV deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
2.1.
Eiseres heeft het bezwaarschrift ingediend op 3 oktober 2025. Dit bezwaar is gericht tegen een berekening die het UWV op 4 september 2025 heeft verstrekt. Het UWV had binnen dertien weken moeten beslissen, gerekend vanaf het moment waarop de bezwaartermijn voorbij is. [2]
2.2.
Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen. In dit geval eindigde de beslistermijn op 15 januari 2026. Eiseres heeft het UWV op 21 november 2025 in gebreke gesteld. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. Eiseres heeft de ingebrekestelling dus te vroeg verstuurd.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om te bepalen dat het UWV het griffierecht moet vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. de Jong, rechter, in aanwezigheid van N. Verhoeven, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
2.Dit staat in artikel 74 van Pro de Ziektewet.