Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 mei 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Eiseres verzocht het UWV om correctie en herstel van haar Ziektewetadministratie met terugwerkende kracht, nadat zij bezwaar had gemaakt tegen een besluit waarin haar hersteldmelding werd geannuleerd en de Ziektewetuitkering werd voortgezet.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek van eiseres feitelijk een herhaling is van haar eerdere bezwaar en daarom niet als een nieuwe aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb kan worden gezien. Hierdoor is het UWV niet verplicht een besluit te nemen op dit verzoek, en kan eiseres geen beroep instellen tegen het niet tijdig beslissen.
Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank wijst erop dat het geschil over de voortzetting van de Ziektewetuitkering nog loopt in een andere procedure, en dat het niet zinvol is om opnieuw een correctieverzoek in te dienen zolang daarover geen definitieve uitspraak is gedaan.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat haar verzoek geen aanvraag in de zin van de Awb is.