ECLI:NL:RBOBR:2026:3302
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde dagverblijf en redelijke termijn overschrijding
De rechtbank Oost-Brabant behandelde het beroep van Stichting Humankind tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een dagverblijf gelegen aan een adres. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €1.176.000 per 1 januari 2023, welke door de rechtbank werd getoetst aan de gecorrigeerde vervangingswaarde. Eiseres stelde dat de waarde te hoog was en verwees naar een eigen taxatierapport met een lagere waarde van €1.033.000.
Centraal in het geschil stond de vraag of de heffingsambtenaar bij zijn taxatie was uitgegaan van te hoge restwaarden. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar zijn restwaarden voldoende had onderbouwd met gegevens uit de Taxatiewijzer Onderwijs en verkooptransacties van vergelijkbare maatschappelijke objecten. De door eiseres aangevoerde lagere restwaarden waren onvoldoende onderbouwd, mede omdat de gebruikte taxatiewijzers niet waren overgelegd.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en wees het beroep af. Daarnaast beoordeelde de rechtbank ambtshalve de overschrijding van de redelijke termijn. Hoewel de termijn was overschreden, was het financiële belang van eiseres minder dan €1.000, waardoor geen immateriële schadevergoeding werd toegekend. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken omdat het beroep ongegrond was en geen schadevergoeding was gevorderd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde is ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd zonder schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.