ECLI:NL:HR:2026:234
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over bewijslast bij vaststelling gecorrigeerde vervangingswaarde WOZ
Belanghebbende, eigenaar van een onderwijsgebouw, betwistte de door het Dagelijks Bestuur vastgestelde WOZ-waarde voor 2019, gebaseerd op de gecorrigeerde vervangingswaarde volgens de Taxatiewijzer. Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat belanghebbende de richtsnoeren van de Taxatiewijzer had aanvaard en dat zij daarom de bewijslast droeg om aan te tonen dat de restwaarde nihil moest zijn.
De Hoge Raad stelt dat de Taxatiewijzer slechts een hulpmiddel is en geen bindende beleidsregel. De bewijslast rust in beginsel op de heffingsambtenaar, ook bij technische veroudering. Alleen als een partij de Taxatiewijzer en de kengetallen voor een waarderingsaspect als uitgangspunt aanvaardt, rust op die partij de bewijslast voor afwijking daarvan.
Omdat belanghebbende de richtsnoeren met betrekking tot de restwaarde niet als uitgangspunt heeft aanvaard, rust de bewijslast voor die afwijking op het Dagelijks Bestuur. Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van deze regels.
De Hoge Raad benadrukt dat een rechter een taxatiewijzer en kengetallen alleen mag gebruiken als de bestreden partij effectief commentaar heeft kunnen leveren. Het Dagelijks Bestuur wordt veroordeeld in de kosten van het cassatieproces en moet het griffierecht aan belanghebbende vergoeden.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling met correcte bewijslastverdeling.