ECLI:NL:RBOBR:2026:3315
Rechtbank Oost-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot onderbewindstelling wegens ontbreken wettelijke grondslag
Betrokkene verzocht om onderbewindstelling omdat haar aanstaande echtgenoot onder bewind staat en diens bewindvoerder wenst dat ook haar goederen onder bewind komen. Betrokkene beheert tot nu toe zelf haar financiën en heeft geen problematische schulden of een lichamelijke of geestelijke toestand die haar daartoe verhindert.
De kantonrechter overweegt dat onderbewindstelling alleen kan worden ingesteld als een meerderjarige onvoldoende in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen vanwege verkwisting, problematische schulden of een lichamelijke of geestelijke toestand, zoals bepaald in artikel 1:431 lid 1 BW Pro. Geen van deze gronden is hier aanwezig.
Hoewel het voor de bewindvoerder van de aanstaande echtgenoot gemakkelijker zou zijn om ook het bewind over betrokkene te voeren, vormt dit geen wettelijke grondslag voor onderbewindstelling. Daarom wijst de kantonrechter het verzoek af.
De beschikking is op 15 mei 2026 in het openbaar uitgesproken door kantonrechter Y.S. Klerk. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, uitsluitend via een advocaat, binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Verzoek tot onderbewindstelling wordt afgewezen wegens ontbreken van wettelijke grondslag.