Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:3315

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2606321:IVB
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:431 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot onderbewindstelling wegens ontbreken wettelijke grondslag

Betrokkene verzocht om onderbewindstelling omdat haar aanstaande echtgenoot onder bewind staat en diens bewindvoerder wenst dat ook haar goederen onder bewind komen. Betrokkene beheert tot nu toe zelf haar financiën en heeft geen problematische schulden of een lichamelijke of geestelijke toestand die haar daartoe verhindert.

De kantonrechter overweegt dat onderbewindstelling alleen kan worden ingesteld als een meerderjarige onvoldoende in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen vanwege verkwisting, problematische schulden of een lichamelijke of geestelijke toestand, zoals bepaald in artikel 1:431 lid 1 BW Pro. Geen van deze gronden is hier aanwezig.

Hoewel het voor de bewindvoerder van de aanstaande echtgenoot gemakkelijker zou zijn om ook het bewind over betrokkene te voeren, vormt dit geen wettelijke grondslag voor onderbewindstelling. Daarom wijst de kantonrechter het verzoek af.

De beschikking is op 15 mei 2026 in het openbaar uitgesproken door kantonrechter Y.S. Klerk. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, uitsluitend via een advocaat, binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: Verzoek tot onderbewindstelling wordt afgewezen wegens ontbreken van wettelijke grondslag.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch
zaaknummer
:
NL:TZ:2606321:IVB
datum
:
15 mei 2026
[initialen griffier]

beschikking op een verzoek tot onderbewindstelling

op verzoek van:

[betrokkene]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek met bijlagen, ontvangen op 12 maart 2026;
- de bereidverklaring van de voorgestelde bewindvoerder om tot bewindvoerder te worden benoemd.
Het verzoek is mondeling behandeld op 12 mei 2026.

beoordeling

Betrokkene vraagt om het instellen van een bewind. Zij heeft daartoe aangevoerd dat zij gaat trouwen met iemand wiens goederen onder bewind staan. De bewindvoerder van haar aanstaande echtgenoot verlangt nu dat ook haar goederen bij deze bewindvoerder onder bewind komen te staan. Tot nu toe heeft zij zelf altijd haar financiën geregeld.
De kantonrechter overweegt als volgt.
De kantonrechter kan een bewind instellen wanneer een meerderjarige onvoldoende in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen vanwege verkwisting of het hebben van problematische schulden, of vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand. Dat staat in artikel 1:431, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.
Betrokkene heeft geen (problematische) schulden. Van verkwisting of een lichamelijke of geestelijke toestand die maakt dat betrokkene niet zelf haar financiën kan regelen, is ook niet gebleken. Er is dus geen wettelijke grondslag om bewind in te stellen.
De kantonrechter begrijpt dat het voor de bewindvoerder van de aanstaande echtgenoot gemakkelijker zal zijn om haar taken uit te voeren wanneer zij ook de bewindvoerder van betrokkene is. Dat kan echter geen reden zijn om, hoewel een wettelijke grondslag ontbreekt, toch bewind in te stellen ten behoeve van betrokkene.
De kantonrechter wijst daarom het verzoek af.

beslissing

De kantonrechter:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Y.S. Klerk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:
door de betrokkene en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.