ECLI:NL:RBOBR:2026:341

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
23/1456PKV
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:41 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrechtWet tarieven in strafzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling UWV na wijziging arbeidsongeschiktheidsbesluit WAO

Verzoekster stelde beroep in tegen het besluit van het UWV waarin haar arbeidsongeschiktheidspercentage werd vastgesteld op 35 tot 45%. Na een tussenuitspraak van de rechtbank en het benoemen van deskundigen, wijzigde het UWV het besluit op bezwaar en verhoogde het arbeidsongeschiktheidspercentage naar 80-100% met ingang van 2 mei 2022.

Hierdoor kwam het UWV volledig tegemoet aan het beroep van verzoekster, die daarop haar beroep introk en verzocht om vergoeding van haar proceskosten. De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen en wees het verzoek om proceskostenveroordeling toe.

De rechtbank stelde de proceskosten vast op € 3.783,27, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand, reiskosten en deskundigenkosten inclusief btw. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van € 50,- door het UWV vergoed moet worden. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 23 januari 2026.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 3.783,27 aan proceskosten aan verzoekster na wijziging van haar arbeidsongeschiktheidspercentage.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 23/1456PKV

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2026 in de zaak tussen

[verzoekster], uit [woonplaats], verzoekster

(gemachtigde: mr. T.H.M.M. Kusters),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: mr. A.P.J. Mijs).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Dit verzoek is gedaan bij de intrekking van het beroep tegen het besluit van 28 april 2023. Het beroep is ingetrokken omdat het UWV een gewijzigde beslissing op het bezwaar heeft genomen op 21 november 2025 waarbij de hoogte van het arbeidsongeschiktheidspercentage met betrekking tot de WAO [1] -uitkering van verzoekster is gewijzigd.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft hierop niet gereageerd.
1.2.
Omdat het verzoek kennelijk gegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 2 juni 2023 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van verzoekster ongegrond is verklaard en de beslissing dat verzoekster 35 tot 45% arbeidsongeschikt is met ingang van 2 mei 2022, is gehandhaafd.
4.2.
De rechtbank heeft het beroep op 5 maart 2024 behandeld en vervolgens met de tussenuitspraak van 5 april 2024 verzoekster in de gelegenheid gesteld haar standpunten (verder) te onderbouwen. [3] Verzoekster heeft vervolgens een rapport van de door haar ingeschakelde verzekeringsarts S. Lok van 17 juli 2024 ingebracht. De verzekeringsarts bezwaar en beroep (B&B) van het UWV heeft hierop gereageerd waarop verzoekster heeft gereageerd met een nadere rapportage van verzekeringsarts Lok.
4.3.
De rechtbank heeft op 23 oktober 2024 besloten om psychiater J.A. Bouwens en verzekeringsarts M. Vervoort als deskundigen te benoemen. Psychiater Bouwens heeft op 28 mei 2025 gerapporteerd. Verzekeringsarts Vervoort heeft op 12 juni 2025 gerapporteerd. De rechtbank heeft verzoekster en het UWV in de gelegenheid gesteld om op deze rapporten te reageren. Het UWV heeft van deze mogelijkheid gebruikgemaakt en de beslissing op bezwaar gewijzigd met het besluit van 21 november 2025. Daarbij heeft het UWV besloten dat verzoekster met ingang van 2 mei 2022 recht heeft op doorbetaling van haar WAO-uitkering waarbij zij 80 tot 100% arbeidsongeschikt wordt geacht. Hiermee is het UWV volledig tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster. Verzoekster heeft daarop haar beroep ingetrokken en verzocht om het UWV te veroordelen in haar proceskosten.
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoekster vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet die vergoeding betalen.
5.1.
De rechtbank ziet aanleiding om het UWV te veroordelen in de kosten die verzoekster in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand stelt de rechtbank met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 1). Daarbij is in aanmerking genomen dat het UWV in het besluit van 21 november 2025 verzoekster al een vergoeding heeft toegekend voor de kosten in bezwaar.
5.2.
Verder heeft verzoekster verzocht om reiskosten in verband met deelnemen aan de zitting bij de rechtbank op 5 maart 2024. In totaal verzoekt zij aan reiskosten om een bedrag van € 2,80 te vergoeden. Dit wordt toegewezen.
5.3.
Met betrekking tot het verzoek van verzoekster om vergoeding van de door haar gemaakte kosten voor de inschakeling van verzekeringsarts Lok van Lechnerconsult overweegt de rechtbank het volgende. Gelet op het bepaalde in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van het Bpb wordt de vergoeding van kosten van een deskundige vastgesteld overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de Wet tarieven in strafzaken (Wts) en het daarop gebaseerde Besluit tarieven in strafzaken (Bts). Uit artikel 6 van Pro het Bts volgt dat de kosten van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht, vergoed worden tot het maximum tarief van € 154,20 per uur (in 2024). Dit geeft een vergoeding van 10,25 uur x € 154,20 = € 1.580,55.
5.4.
In artikel 15 van Pro het Bts is bepaald dat de daarin genoemde bedragen worden verhoogd met de omzetbelasting (btw) die daarover is verschuldigd. Dit brengt met zich dat de voor vergoeding in aanmerking komende kosten van € 1.580,55 dienen te worden verhoogd met de omzetbelasting ad 21%. De totale vergoeding voor deskundigenkosten inclusief btw bedraagt € 1.912,47.
5.5.
Aan verzoekster wordt in totaal een bedrag toegekend van € 3.783,27 aan proceskosten.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 50,– te vergoeden. [4] Verzoekster moet zich hiervoor tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 3.783,27 aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.F. Vink, rechter, in aanwezigheid van
mr. I.M.C. van Og, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Rechtbank Oost-Brabant 5 april 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:1316.
4.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.