De bewezenverklaring
Op grond van de inhoud van de hiervoor vermelde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, en op grond van de inhoud van het vorenoverwogene, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op 15 oktober 2023 te Eindhoven
opzettelijk zich zodanig in het verkeer heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden
geschonden, door als bestuurder van een personenauto (merk Audi, kenteken [kenteken] ),
in een achtervolgingssituatie met een of meer politievoertuigen
- op de kruising Aalsterweg-Antoon Coolenlaan, te rijden met een gemiddelde indicatieve snelheid van 66 tot 75 kilometer per uur, en aldus de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde
maximumsnelheid van 50 kilometer per uur te overschrijden, en
- ( daarbij) op die kruising door het voor zijn, verdachtes, rijrichting bestemde rood licht uitstralend verkeerslicht te rijden, en
- op de kruising Aalsterweg-Felix Timmermanslaan, te rijden met een gemiddelde indicatieve snelheid van 123 tot 145 kilometer per uur, en aldus de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde maximumsnelheid van 50 kilometer per uur te overschrijden, en
- op de kruising Aalsterweg-St. Gerarduslaan, te rijden met een gemiddelde indicatieve snelheid van 107 tot 123 kilometer per uur, en aldus de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde maximumsnelheid van 50 kilometer per uur te overschrijden, en
- op de kruising Aalsterweg-Leostraat, te rijden met een gemiddelde indicatieve snelheid van 70 tot 78 kilometer per uur, en aldus de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde maximumsnelheid van 50 kilometer per uur te overschrijden, en
- ( daarbij) op die kruising door het voor zijn, verdachtes, rijrichting bestemde reeds ongeveer 28 seconden rood licht uitstralend verkeerslicht te rijden, en
- op de kruising Piuslaan-Leenderweg, te rijden met een gemiddelde indicatieve snelheid van 115 tot 129 kilometer per uur, en aldus de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde maximumsnelheid van 70 kilometer per uur te overschrijden, en
- op de kruising Piuslaan-Heezerweg, te rijden met een gemiddelde indicatieve snelheid van 109 tot 122 kilometer per uur, en aldus de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde maximumsnelheid van 70 kilometer per uur te overschrijden, en
- op de kruising Piuslaan-St. Bonifaciuslaan, te rijden met een gemiddelde indicatieve snelheid van 120 tot 135 kilometer per uur, en aldus de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde maximumsnelheid van 70 kilometer per uur te overschrijden, en
- op het traject op de Aalsterweg te rijden met een gemiddelde snelheid van 98 tot 99 kilometer per uur, en aldus de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde maximumsnelheid van 50 kilometer per uur te overschrijden, en
- op het traject op de Piuslaan te rijden met een gemiddelde snelheid van 114 tot 115 kilometer per uur, en aldus de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde maximumsnelheid van 70 kilometer per uur te overschrijden, en
- en (daarbij) geen gevolg te geven aan (een) hem, verdachte, door de politie gegeven stopteken(s),
terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.