Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
11 maart 2025.
Hoge Raad
De verdachte reed op 21 oktober 2020 in Breda onder invloed van alcohol en cocaïne met snelheden tussen 70 en 120 km/u, waar 50 km/u was toegestaan. Tijdens een politieachtervolging negeerde hij zesmaal een rood licht en reed tegen de verkeersrichting in een rotonde op. Diverse andere verkeersdeelnemers waren aanwezig die niet op dit gedrag waren voorbereid.
Het hof stelde vast dat de verdachte zich opzettelijk in ernstige mate aan de verkeersregels had onttrokken en dat daardoor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en wees het cassatieberoep af, waarbij werd benadrukt dat het gevaar naar algemene ervaringsregels voorzienbaar was gezien de omstandigheden, waaronder tijdstip, plaats en rijgedrag.
De verdediging voerde aan dat het rijgedrag niet zodanig gevaarlijk was dat een ongeval waarschijnlijk was, maar het hof en de Hoge Raad oordeelden dat het gedrag van de verdachte getuigde van minachting voor verkeersregels en onverantwoord rijgedrag met groot gevaar voor anderen. De Hoge Raad constateerde tevens dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, maar verbond hieraan geen verdere rechtsgevolgen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor gevaarlijk rijgedrag onder invloed tijdens politieachtervolging.